Waar een wil is…
In deze blog laat Bart het verschil zien tussen een organisatie die toegankelijkheid vooral bespreekt en een werkgever die écht meedenkt en doet. Met voorbeelden uit zijn dagelijkse praktijk – van onverwachte obstakels tot slimme, simpele oplossingen – blijkt dat inclusie begint bij bereidheid: waar een wil is, is een weg.

“Pas op!’” roept een collega ineens. Verschrikt sta ik stil. “Oef, dat ging maar net goed”, zegt ze, terwijl ze tegen een houten voorwerp tikt. “Hier hangen schuine balken, precies op hoofdhoogte. Je zou niet de eerste zijn die ertegenaan loopt.”
Dat ik tegenwoordig in een oud, bijna sprookjesachtig kloostergebouw op de Radboud Universiteit werk, wist ik. Maar dat er hier hoogtegevaar op de loer ligt, nog niet. Fijn dat mijn collega me waarschuwt. Mijn geleidehond Pasha is dan wel een kei in het ontwijken van obstakels, maar luchtrisico’s inschatten blijft – zoals voor bijna 95% van alle geleidehonden – lastig. Toch zet de waarschuwing me aan het denken: met mijn 1.75 meter ben ik niet bijzonder lang, maar blijkbaar toch lang genoeg voor een kans op hoofdpijn. Wanneer ik dit met mijn leidinggevende bespreek, adviseert ze me de interne toegankelijkheidscoördinator te benaderen.
Lastige collega
Onbedoeld moet ik lachen. Bij mijn vorige werkgever had men de mond vol van toegankelijkheid, maar gebeurde er amper iets. Elk verzoek leek er één teveel, en wie toch doorzette, kreeg gauw het etiket ‘lastige collega’. Toegankelijkheidsverzoeken verdwenen vaak in een bureaucratisch doolhof, waar regels belangrijker leken dan oplossingen. Men dronk een glas, deed een plas en alles bleef zoals het was.
Dat gold vooral bij ICT-vraagstukken. De meeste bedrijfsapplicaties waren er niet op gebouwd om erin te werken met de voor mij noodzakelijke voorleesschermsoftware. Hoe anders is het nu. Vooraf wist ik niet of de systemen van de Radboud Universiteit voor mij toegankelijk zouden zijn, maar in bijna alle applicaties vind ik mijn weg, zonder noemenswaardige problemen. Zo registreer ik zelfstandig mijn verlof, reserveer ik ruimtes en dien ik mijn reisdeclaraties in. En als contentspecialist kan ik zelfs teksten klaarzetten in het webpublicatiesysteem. De afspraak is echter wel dat ik niet op de publicatieknop druk: dat stelt me gerust; ik wil namelijk niet online verantwoordelijk zijn voor een afwijkende lay-out. Daarom sla ik alles op als concept en vraag een collega vervolgens om een laatste check te doen.
Een verademing
Plotseling duikt de toegankelijkheidscoördinator voor me op. “Dag Bart, ik ga je eerst een hand geven’” zegt hij. Aangenaam verrast steek ik mijn hand uit: zijn introductie is al positief, want hij houdt rekening met mij. Vervolgens stelt hij voor samen naar de plek des ‘bijna-onheils’ te lopen. Daar aangekomen zegt hij: “Ik begrijp dat jouw geleidehond deze hoge balken niet herkent. Dan gaan we ervoor zorgen dat ze dat voortaan wél doet.”
Mijn hart maakte een vreugdesprongetje: dit is nou eens meedenken
“Hoe dan?”, vraag ik. Hij lacht: “Door hier een plantenbak neer te zetten. Dan moet Pasha automatisch een ruimere bocht nemen en loop jij geen risico meer op hoofdpijn. Is ook veiliger voor goedziende collega’s.” Mijn hart maakt een vreugdesprongetje: dit is nou eens meedenken. “Nog andere toegankelijkheidswensen?”, vraagt hij. Ik vertel over de personeelsingang, waar je je medewerkerspas moet scannen en daarna op een touch screen een toegangscode moet intoetsen. Voor mij onmogelijk. “Loop maar mee”, antwoordt hij. Bij de deur zegt hij: “Weinig mensen zien het, maar onder het scherm zit een sleutelgat. Jij krijgt een sleutel.”
“En nog andere toegankelijkheidswensen?” Ik lach: “De koffieautomaat werkt ook met een touch screen.” Hij loopt weer mee, kijkt en zegt: “Eigenlijk zou je naast dit touch screen-gedeelte voelbare objecten moeten plakken. Dan weet je ongeveer waar je op het scherm je vinger moet leggen.” Ik vertel over zogeheten bumpons: voelbare stippen die ik in huis gebruik om op voorwerpen markeringen aan te brengen. Ineens is mijn leidinggevende naast ons komen staan. “Maar Bart”, zegt ze, “als je die bumpons binnenkort meeneemt, dan ga ik ze samen met jou op de automaat plakken. En dan hangen we er een briefje voor collega’s en schoonmakers bij, met het verzoek om die bumpons niet van de automaat te verwijderen.” Mijn mond valt open. Zo actief meedenken ben ik niet gewend. Een verademing. Dat toont maar weer aan: waar een wil is, is een weg.
Interessante links
-
Toegankelijkheid
Bart ervaart bij zijn werkgever op meerdere fronten toegankelijkheid: sociaal, fysiek en digitaal. Meer weten over toegankelijkheid op het werk? Lees dan verder op deze webpagina.
-
Voorzieningen en hulpmiddelen
Ben je werkgever en wil je meer weten over mogelijke hulpmiddelen en voorzieningen voor jouw werknemer met een visuele beperking? Op deze pagina kun je er meer over lezen.
Lees ook onze andere blogs over werken met een visuele beperking
-
Eigen baas
-
Blog
Iris Stekelenburg (56) is slechtziend en schrijft in deze rubriek over haar eigen tekstbureau ABC Redactie. In deze eerste blog schrijft ze over de start van haar bedrijf.
-
-
Navigeren op de arbeidsmarkt met een visuele handicap: hoe ik inclusie zie
-
Blog
Maks Oosterbaan (45) ziet tien procent en werkt als marketing specialist. In deze eerste blog schrijft hij over solliciteren met een visuele beperking en de valse belofte van inclusiviteit.
-
-
Op een presenteerblaadje
-
Blog
Ellen Koudijs is senior beleidsmedewerker bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ze is blind en schrijft in deze blog over twee memorabele situaties tijdens presentaties die ze gaf.
-
Meer weten over werken met een visuele beperking?
Neem contact met ons op voor advies op maat